Veelgestelde vragen

  1. Wat is discriminatie nou precies?
  2. Wat kan je tegen discriminatie doen?
  3. Wat doet een anti-discriminatiebureau als RADAR?
  4. Behandelt RADAR alleen klachten van allochtonen?
  5. Kunnen allochtonen ook discrimineren?
  6. Hoeveel klachten krijgt RADAR jaarlijks?
  7. Leiden alle ervaringen met discriminatie tot een melding of klacht?
  8. Stijgen of dalen de discriminatieklachten? Hoe kan dat?
  9. Op welke terreinen hebben de klachten doorgaans betrekking?
  10. Hoe kijkt RADAR tegen Lonsdale aan?
  11. Wat vindt RADAR van positieve discriminatie?
  12. Welke trends zijn er op het gebied van discriminatie de laatste 20-25 jaar?
  13. Wanneer ging RADAR van start en wat was de achtergrond?
1) Wat is discriminatie precies?
 
Onder discriminatie verstaan we gedrag waarbij personen of groepen op grond van voor de context irrelevante kenmerken ongelijk (minder) behandeld worden. Dit betekent dus dat in een situatie iemand of een groep beoordeeld wordt aan de hand van een kenmerk dat er op dat moment helemaal niet toe doet.
 
Er zijn diverse gronden waarop een persoon gediscrimineerd kan worden. Zo kan discriminatie gericht zijn op iemands herkomst, geloof of levensbeschouwing, geslacht, leeftijd, handicap, etc.
 
Omdat discriminatie een breed begrip is, is het begrip onderverdeeld in subbegrippen. Grofweg maken we onderscheid tussen directe en indirecte discriminatie, bewuste en onbewuste discriminatie en incidentele en structurele discriminatie.
 
Van directe discriminatie wordt gesproken als onderscheid wordt gemaakt op grond van een van de verboden gronden. Van indirecte discriminatie spreken we wanneer een onderscheid op grond van een neutraal criterium, voorschrift of handeling bepaalde personen onevenredig treft in verband met een of meer in de wet genoemde kenmerken.
Bij bewuste of onbewuste discriminatie gaat het om de bedoeling van de persoon die discrimineert. Er is sprake van bewuste discriminatie wanneer een bedrijf alleen mannen aanneemt omdat vrouwen het werk niet kunnen doen, 'zij kunnen het werk niet aan'.
Vrouwen worden dan bewust benadeeld. Een voorbeeld van onbewuste discriminatie is dat een bedrijf aan degenen die er al werken vragen een nieuwe collega te zoeken. Wanneer er alleen autochtone Nederlanders werken, zullen er ook eerder Nederlanders worden aangenomen, omdat men binnen de eigen kennissenkring zoekt. Het is hier duidelijk niet de bedoeling om te discrimineren, maar het resultaat is wel dat mensen van buitenlandse afkomst weinig of geen kans maken op een baan bij dit bedrijf.
Ook kun je nog onderscheid maken tussen incidentele en structurele discriminatie. Incidentele discriminatie moet je per 'geval' behandelen omdat er niet sprake is van herhaalde gevallen van discriminatie. Als problemen zich telkens herhalen, of als door bepaalde regels of wetten mensen stelselmatig worden achtergesteld of benadeeld, dan spreek je van structurele discriminatie. Dan zijn er factoren in de omgeving die er voor zorgen dat de discriminatie zich blijft voordoen.
 
Het is belangrijk om hierover kritische vragen te stellen, zoals: hoe komt het dat in hoge functies in het bedrijfsleven bijna alleen mannen te vinden zijn? Hoe zit de achterstelling van vrouwen op de arbeidsmarkt in elkaar? Bestrijding van deze vorm van discriminatie is alleen mogelijk als je weet hoe het probleem is ontstaan.
 
Discriminatie heeft betrekking op gedrag en handelen. Racisme daarentegen heeft betrekking op een stelsel van denkbeelden. Globaal is het te omschrijven als een ideologie, waarbij wordt uitgegaan van de superioriteit van de ene groep ten opzichte van andere groepen.
Onder 'oud racisme' verstaan we opvattingen waarbij het menselijk ras onderverdeeld wordt in verschillende rassen en het ene ras beter wordt gevonden dan het andere. Tegenwoordig zit racisme vaak in een nieuw jasje. Bij 'Nieuw racisme' ligt het accent niet langer op rassenkenmerken, maar ligt de nadruk op afkomst en cultuur. Allochtonen worden gezien als 'anders' en andere culturen worden doorgaans gezien als minder ontwikkeld of niet inpasbaar.


2) Wat kan je tegen discriminatie doen?
 
Als je zelf wordt gediscrimineerd of wanneer je getuige bent geweest van discriminatie, kun je dit melden bij een antidiscriminatiebureau. Voor dat doel is RADAR er. RADAR is het bureau voor gelijke behandeling & tegen discriminatie, werkzaam in de regio's Midden-en West-Brabant, Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland-Zuid. RADAR let op de naleving van artikel 1 van de Grondwet. Dit artikel houdt in dat iedereen gelijk is in gelijke gevallen en dat discriminatie verboden is.


3) Wat doet een anti-discriminatiebureau?
 
Bij RADAR komen iedere dag klachten binnen van mensen die vinden of vermoeden dat ze gediscrimineerd zijn of van mensen die discriminatie hebben gezien. RADAR onderzoekt of er mogelijk discriminatie in het spel is. Soms concludeert RADAR dat de klachtindiener zich mogelijk achtergesteld voelt, maar dat de klacht onvoldoende aanknopingspunten biedt om te kunnen spreken van discriminatie zoals dat in wet en regelgeving is vastgelegd.  Bestaat er wel een gefundeerd vermoeden dat er discriminatie in het spel is, dan bekijkt zij welke mogelijke vervolgstappen in het verschiet liggen. De keuze voor de vervolgstappen hangen af van de aard van de klacht, de wensen en verwachtingen van de klachtindiener, de bewijsmogelijkheden en de resultaatmogelijkheden die RADAR ziet. Ook is het mogelijk om een incident alleen te melden (al dan niet anoniem)
Tot de mogelijkheden van RADAR behoren praten met de betrokken mensen en/of organisaties en proberen te bemiddelen. Soms wordt de politie ingeschakeld of wordt er via publiciteit aandacht gegenereerd. In bepaalde gevallen kan RADAR de zaak voorleggen aan de Commissie Gelijke Behandeling. Deze Commissie onderzoekt de klacht en gaat na of een bijvoorbeeld een bedrijf zich aan de wet heeft gehouden. Vervolgens brengt de Commissie een oordeel uit.


4) Behandelt RADAR alleen discriminatieklachten van allochtonen?
 
Niet alleen allochtonen of buitenlanders hebben te maken met discriminatie. Ook autochtonen kunnen te maken krijgen met discriminatie. Discriminatie komt namelijk op veel meer gronden plaats.  Autochtone Nederlanders die bij RADAR een klacht indienden waren in 2009 zelfs in de meerderheid.
RADAR behandelt klachten op grond van herkomst, godsdienst, antisemitisme, geslacht, seksuele  gerichtheid, leeftijd, handicap, nationaliteit, levensovertuiging, politieke overtuiging, burgerlijke staat en arbeidsduur.


5) Kunnen allochtonen ook discrimineren?


Het is een misverstand te denken dat uitsluitend allochtone Nederlanders gediscrimineerd worden en/of dat alleen autochtone Nederlanders zich aan discriminatie schuldig maken. In een diverse samenleving waarin mensen met verschillende culturen en leefstijlen samenleven, kan onenigheid bestaan die in bepaalde gevallen leiden tot discriminatie of die discriminatie in de hand kunnen werken. Dus ook autochtone Nederlanders kunnen worden gediscrimineerd en ook allochtone Nederlanders kunnen zich evenals de autochtonen schuldig maken aan discriminatie.


6) Hoeveel discriminatieklachten krijgt RADAR jaarlijks?


In de afgelopen jaren kreeg RADAR op jaarbasis zo'n 1000 discriminatieklachten en -meldingen binnen.


7) Leiden ervaringen van discriminatie tot een klacht of melding?
 
Nee. Niet iedereen die met discriminatie wordt geconfronteerd zal hiervan melding maken. Hiervoor zijn verschillende redenen te noemen, waaronder:
- mensen verschillen in hun psychologische reactie: de een wuift een incident af, een ander onderneemt actie en een derde trekt zich terug in de eigen groep om zich zodoende tegen discriminatie te beschermen; 
- sommige mensen hebben vanuit eergevoel moeite om zich als slachtoffer van discriminatie te melden; 
- in sommige gevallen is het moeilijk om discriminatie te (h)erkennen, laat staan hard te maken.
- in sommige gevallen zien mensen af van het werk maken van hun klacht omdat ze bang zijn hiervan hinder te ondervinden omdat ze in het dagelijks leven veel met de veroorzaker te maken hebben (buurman, collega) of ervan afhankelijk zijn (onderwijzer, werkgever).


8) Stijgen of dalen de discriminatieklachten? Hoe is dat te verklaren?

Na een jarenlange stijgende trend, zette in 2001 een daling in van het aantal meldingen van discriminatie, die pas in 2004 stagneerde. De daling was opmerkelijk omdat in diezelfde periode thema's omtrent immigratie en integratie veel heftiger werden bespoken dan voorheen het geval was. Daarnaast hebben gebeurtenissen als elf september 2001, de moord op Pim Fortuyn en de verkiezingen in 2002 hebben wel een duidelijk effect gehad op de beeldvorming ten aanzien van migranten in het algemeen en moslims in het bijzonder. In de media was er wel berichtgeving over discriminatie. Toch nam het aantal klachten bij de antidiscriminatiebureaus af.
In 2009 namen de klachten weer substantieel toe. Dat was voornamelijk het gevolg van de publiciteitscampagne Moet jij jezelf thuislaten.


9) Op welke terreinen hebben de klachten doorgaans betrekking?

De discriminatiegrond 'herkomst' is veruit de meest voorkomende. Het aantal klachten op grond van godsdienst stijgt al enige jaren achtereen. Leeftijd, handicap en seksuele gerichtheid zijn andere voorkomende discriminatiegronden. De arbeidsmarkt is het maatschappelijk terrein waarop de meeste klachten worden gerapporteerd.  Ook doen zich veel klachten voor in de dienstensector. Zowel in de commerciële dienstverlening als in de collectieve voorzieningen kunnen mensen niet altijd op een goede bejegening of gelijke behandeling rekenen.


10) Hoe kijkt RADAR tegen Lonsdale aan?

 


RADAR onderschrijft dat Lonsdale een gewoon (sport) kledingmerk is dat in principe door allerlei mensen gedragen wordt. Het merk zelf heeft niets met racisme of rechts-extremisten te maken. Lonsdale wordt echter ook veel gedragen door jongeren met extreemrechtse ideeën die voor veel overlast zorgen. Je zou kunnen zeggen dat deze groep jongeren een poging doen om dit merk te 'kapen' en wij denken dat het onzin is om een bepaald merk min of meer te laten 'kapen' door een beweging, of die nou rechts-extreem is of wat dan ook.
Een verbod op het dragen van het merk, is volgens RADAR niet per definitie heilzaam. Ideologie zit hem niet in het uiterlijk, maar in het hoofd. Toch menen enkele scholen dat een (tijdelijk) verbod op provocerende kleding, waaronder Lonsdale, er wel toe heeft bijgedragen dat de rust is wedergekeerd.
Zijn alle 'Lonsalers' rechts extreem?
Meerdere jongeren die het merk dragen, merken nu dat zij aangesproken worden op, en geassocieerd met rechts extreme sympathieën. Zij klagen onder meer bij  antidiscriminatiebureaus en media die er nu ook wat andere berichtgeving aan schenken. RADAR kan zich goed voorstellen dat het vervelend is om als groep over één kam geschoren te worden. Als anti discriminatiebureau zijn we uiteraard tegen iedere vorm van stereotypering en intolerantie.  En we nemen elke vorm van (gevoelens van) discriminatie serieus.
Opvallend is dat veel Lonsdale dragende jongeren zich distantiëren van de associatie met extreem rechts. Terwijl zij zich vervolgens wel negatief uitlaten over migranten en andere minderheidsgroepen. Of zich 'nationalist' of 'realist' noemen. Dat is geen racisme volgens de oude definitie, maar is zeker ook geen toonbeeld van tolerantie. Ook moeten jongeren die het merk Lonsdale dragen, maar het niet terecht vinden dat zij worden aangesproken op (mogelijke) rechts extreme sympathieën de ogen niet sluiten voor het feit dat alle ophef over Lonsdale veel mensen heeft verontrust. 'Lonsdale-jongeren' met (extreem) rechtse sympathieën zijn in verband gebracht met enkele zeer ernstige zaken zoals brandstichting bij moskeeën en scholen. Niet iedereen kent het onderscheid tussen 'Lonsdale-jongeren' met of zonder extreem rechtse sympathieën en het is de vraag of je je met de eerstgenoemde groep wilt laten associëren. Als je je als 'Lonsdaler' van extreem rechtse sympathieën distantieert, kun je ook de "Lonsdale loves all colours" dragen.


11) Wat vindt RADAR van positieve discriminatie?

RADAR is geen onvoorwaardelijk voorstander of pleitbezorger van positieve discriminatie. Positieve discriminatie veronderstelt dat ondervertegenwoordigde groepen in dienst worden genomen, desnoods door verlaging van functie-eisen. Daar zijn wij tegen. Functie-eisen worden niet voor niets gesteld en er zijn talrijke ervaringen dat positieve discriminatie eerder vooroordelen bevestigt dan weerlegt.
Wel is RADAR voorstander van een positieve actiebeleid als er sprake is van ondervertegenwoordiging van groepen die als totaliteit in een achterstand verkeren. Daarbij worden functie-eisen gehandhaafd, maar wordt bij gelijke geschiktheid of bij het voldoen aan de gestelde eisen een kandidaat van een ondervertegenwoordigde groep de voorkeur gegeven, net zolang totdat evenredigheid is bereikt. Het gaat daarbij nadrukkelijk en per definitie om tijdelijk beleid.
Positieve actie heeft het karakter van een noodmaatregel. Er is immers al veel geprobeerd om minderheidsgroepen gelijke kansen te geven. Maar nog altijd zie je achterstanden die niet verklaarbaar zijn op grond van objectieve criteria zoals verschillen in opleiding of ervaring. Blijkbaar spelen er bij de selectie van kandidaten dus toch andere dan alleen maar objectieve gronden een rol en onderzoek van selectiegedrag van personeelsselecteurs, praktijktesten, maar ook de ervaringen van RADAR met klachtbehandeling bevestigen dat. In die zin is positieve actie dus eigenlijk een reparatie van negatieve actie en wij denken dat dit een te verdedigen maatregel is.
Toetsing van dergelijk beleid op juridische toelaatbaarheid heeft overigens opgeleverd dat het niet op gespannen voet staat met wetgeving, mits tijdelijk van aard en duidelijk gemotiveerd.

 
12) Welke trends zijn er op het gebied van discriminatie de laatste 20-25 jaar?
 
RADAR volgt de ontwikkelingen op het gebied van discriminatie per werkgebied. Er wordt gebruik gemaakt van de eigen klachtregistratie (klachten en meldingen van ervaren discriminatie), het aantal binnengekomen informatieverzoeken en aanvullende informatie verkregen uit onderzoek of ander cijfermateriaal (bijvoorbeeld van de politie of registraties van racistische graffiti). De registraties zeggen iets over aard, omvang, frequentie en locatie van gemelde discriminatie.
De meeste klachten die RADAR krijgt hebben te maken met discriminatie op de arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt voert standaard de lijstjes aan en het aandeel arbeidsmarktklachten lijkt zelfs te stijgen. Verder zijn er ‘traditioneel’ veel klachten in de dienstensector (zowel commercieel als collectief). Wat betreft de discriminatiegrond krijgt RADAR sinds de oprichting in 1983 de meeste klachten over discriminatie op grond van herkomst/kleur/ras. Sinds een aantal jaar stijgen de aantallen klachten op grond van godsdienst. Je ziet dat dit vooral te maken heeft met discriminatie van moslims. Werd eerst vooral verwezen naar etnische herkomst, tegenwoordig slaat discriminatie vaak terug op de godsdienst. Ook discriminatie op grond van leeftijd, handicap en seksuele gerichtheid wordt nu gemeld. De ‘verschuiving’ naar andere gronden in de meldingen van discriminatie, hoeft niet model te staan voor een verschuiving in het absolute voorkomen van discriminatie. Toen RADAR in 1983 haar deuren opende, richtte de organisatie zich specifiek op rassendiscriminatie. Veranderingen in de wetgeving (de eerste gelijke behandelingswetgeving werd in 1994 van kracht) hebben geleid tot een ‘verbreding’. Vanaf 1997 houdt RADAR zich dus ook bezig met discriminatie op grond van geloof, sekse en seksuele gerichtheid. In 2003 is daar discriminatie op grond van handicap bijgekomen en in 2004 leeftijdsdiscriminatie. De andere profilering van RADAR kan er dus voor hebben gezorgd dat er een soort inhaalslag gaande is op de andere gronden of kan bijvoorbeeld de meldingsbereidheid onder groepen hebben veranderd. Dit betekent overigens niet dat we ineens heel veel klachten krijgen over discriminatie op alle gronden: discriminatie op grond van seksuele gerichtheid wordt bijvoorbeeld weinig gemeld.
Wat het aantal klachten betreft: In de beginjaren van RADAR was er een sterke toename van het aantal klachten, daarna zette een daling in. Sinds eind jaren ’80 was er weer sprake van een stijgende lijn, met af een toe een dip en in 2001 een piek (te herleiden naar 11 september en de uitspraken van imam El Moumni over homoseksualiteit). Na 2001 daalde het aantal klachten weer. Deze daling stagneerde in 2004. De laatste jaren blijven de klachtaantallen ongeveer gelijk; rond de 400-450 klachten per jaar in Rotterdam-Rijnmond.
Het ‘probleem’ met het aantal klachten is, dat het niet alles zegt over het voorkomen van discriminatie. In de eerste plaats zegt het iets over ‘gemelde’ en ‘ervaren’ discriminatie. En dan zijn er allerlei factoren te bedenken die het klachtcijfer beïnvloeden, behalve een stijging en daling van de absolute discriminatie in de samenleving. Bijvoorbeeld de naamsbekendheid van RADAR, de meldingsbereidheid van individuen, het kunnen herkennen van discriminatie (en dit wordt moeilijker omdat discriminatie steeds meer verhuld voorkomt) en dan zijn er nog definitie- en registratiekwesties die van invloed kunnen zijn op de cijfers. De cijfers zijn dus een indicatie, maar het is erg lastig om te kunnen beweren dat discriminatie nu meer of minder voorkomt dan twintig jaar geleden. De cijfers vertellen maar een klein deel van het verhaal als het om discriminatie gaat. Uit onderzoek blijkt dat de meeste mensen niets met een discriminatie-ervaring doen. Slechts een klein percentage maakt melding van discriminatie bij een antidiscriminatiebureau of bij de politie. In elk geval is duidelijk dat er discriminatie was en dat het er nog steeds is…”.

 
13) Wanneer ging RADAR van start en wat was de achtergrond?

RADAR werd in 1983 opgericht als een onderzoeksinstelling. Onderzoek naar institutionele discriminatie moest er verricht worden, dit op initiatief van de Rotterdamse wethouder Elizabeth Schmitz. Zij vroeg een aantal Rotterdammers om een dergelijke organisatie op te richten. Al snel bleek dat er behoefte was aan een plek waar mensen met hun individuele ervaringen met discriminatie kwijt konden en waar ze hulp en advies kregen. In februari 1985 werd een meldpunt als onderdeel van RADAR ingesteld. Met een 20-tal vrijwilligers werden de klachten ingenomen en behandeld.
 
De aanpak van discriminatie was een nieuw werkterrein. Zo was er in die begin periode nog geen jurisprudentie en bestond de Wet gelijke behandeling nog niet. Ook waren er nog geen vergelijkbare antidiscriminatie bureaus. Er werd dus veel pionierswerk verricht. In 1985 werd het Landelijk Bureau tegen rassendiscriminatie opgericht, de voorganger van Artikel1.
In de jaren 90 werden meerdere bureaus opgericht in het land. In 1994 werd de Commissie Gelijke Behandeling ingesteld waardoor er meerdere mogelijkheden waren om discriminatie aan te pakken. In diezelfde periode werden antidiscriminatie bureaus, ook RADAR, brede organisaties.
RADAR ging zich niet alleen bezighouden met rassendiscriminatie, ook discriminatie op grond van geloof, sekse, seksuele gerichtheid, handicap (vanaf 2003) en leeftijd (vanaf 2004).
In de loop der jaren werd naast onderzoek, beleidsbeïnvloeding en klachtbehandeling, ook voorlichting en training steeds belangrijker. De bewustwording rond discriminatie en vooroordelen kreeg daarmee ook een plek binnen RADAR. Empowerment is weer de laatste trend. 
 
Meer vragen of andere info:

Op zich valt er natuurlijk over deze onderwerpen veel meer te zeggen. Probeer de zoekfunctie in deze site of kijk bij de links naar andere organisaties werkzaam op dit terrein.
Uiteraard is RADAR bereid verder van gedachten te wisselen als mensen daar prijs op stellen. 
  • Zoeken

Naar boven