Simons mag naam Artikel 1 niet gebruiken

6 juni 2017 - De politieke partij van Sylvana Simons mag niet langer naar buiten treden onder de naam Artikel 1. Dat heeft de rechter bepaald in het kort geding dat was aangespannen door kenniscentrum discriminatie Art.1. Volgens Art.1 was er sprake van inbreuk op zijn merknaam en kwam de neutrale, niet politieke positie van het kenniscentrum en de daaraan gelieerde antidiscriminatiebureaus in gevaar.

 

Motivatie rechter

De voorzieningenrechter stelt kenniscentrum Art.1 in het gelijk en oordeelt dat de gelijkenis van de namen voor verwarring zorgt over de onafhankelijke positie van Art. 1. ‘Haar reële en gerechtvaardigde belang is dat niet de indruk ontstaat dat zij gelieerd is aan een politieke partij, waardoor verwarring ontstaat over haar onafhankelijke positie”, zegt het vonnis hierover. Bovendien beschikt het kenniscentrum al sinds 2007 over een beeldmerk met daarin de woorden Art.1 en Artikel 1.Ook al erkent de rechtbank dat een naamswijziging voor Artikel 1 ingrijpende gevolgen heeft, dit weegt niet op tegen het belang van kenniscentrum Art.1, dat volgens de rechter ‘juridisch het gelijk aan haar zijde heeft’. Politieke partij Artikel 1 moet binnen een maand haar naam wijzigen op straffe van een dwangsom van 1.000 euro per dag, tot een maximum van 20.000 euro. Verder moet de politieke partij binnen een week een tekst plaatsen op de website waarin de naamswijziging wordt medegedeeld en toegelicht. Verder heeft de rechter bepaald dat Artikel 1 de proceskosten moet dragen. 

 

Voorgeschiedenis

Het kenniscentrum discriminatie voert al meer dan tien jaar zijn activiteiten uit onder de naam Art.1.  De naam wordt voluit uitgesproken als artikel 1. Daarnaast werken verspreid over het land verschillende aan deze stichting gelieerde antidiscriminatiebureaus onder de merknaam Art.1. In december werd bekend dat Simons aan de Tweede Kamerverkiezingen wilde deelnemen met een nieuwe partij, Artikel 1.

 

Het gebruik van de naam Artikel 1 door de politieke partij van Simons was volgens Art.1 een inbreuk op het merkrecht en leidde tot verwarring, zoals in de rechtszaal met verschillende voorbeelden werd aangetoond. Dit was extra bezwaarlijk omdat politieke onpartijdigheid een basisvoorwaarde is voor antidiscriminatie-organisaties om het werk gezaghebbend en geloofwaardig te kunnen verrichten.

Art.1 heeft eind december 2016 in een persoonlijke mail aan Simons laten weten bezwaren te hebben tegen de keuze voor de naam van de politieke partij. Toen een reactie daarop uitbleef, heeft de merkagent van Art.1 op 11 januari Simons gesommeerd de inbreuk op het merkrecht te staken. Verschillende pogingen om er in onderling overleg uit te komen bleven zonder resultaat. Het voorstel om mediation in te schakelen werd door Simons afgewezen.  Hierop wendde Art.1 zich tot de rechter voor een uitspraak. Het kort geding diende op 16 mei bij de rechtbank Amsterdam.

 

Art.1 betreurt gang naar de rechter

Hoewel Art.1 verheugd is met de uitspraak, betreurt de organisatie het dat een gang naar de rechter noodzakelijk was om de inbreuk op het merkrecht te doen staken. Art.1 heeft er steeds voor geijverd om in direct overleg met Simons tot een oplossing te komen.  Daarbij is het zonde van de kosten en de tijd die met een dergelijke formele procedure gemoeid is.

 

Voor meer informatie over dit persbericht kunt u contact opnemen met Mark Kivit (communicatie), bereikbaar op 010 411 39 11/ 06 54 35 69 02 of e-mail: m.kivit@radar.nl.

 

De uitspraak is ook te lezen op www. Rechtsspraak.nl.

 

Tijdslijn - feitenrelaas

  • 14 december wordt Artikel 1 ingeschreven als politieke vereniging bij de Kamer van Koophandel in Amsterdam.
  • Op 15 december brengt Simons, als vertegenwoordiger van DENK een bezoek aan Artikel 1 Overijssel, een bureau dat de naam voluit schrijft.
  • In de nacht van 23 op 24 december meldden media dat Simons met de partij Artikel 1 wil deelnemen aan Tweede Kamerverkiezingen. Diezelfde dag wordt er van verschillende kanten, onder andere via sociale media, gewezen op het risico van verwarring door de overeenkomst van de naam met antidiscriminatie-organisaties die de naam Art.1 of Artikel 1 voeren.
  • Vrijdag 30 december: Cyriel Triesscheijn, directeur-bestuurder van Art.1, stuurt een persoonlijke e-mail aan Simons waarin hij uitlegt wat de bezwaren zijn tegen de keuze voor de naam Artikel 1 voor een politieke partij.
  • 9 januari: aandacht rond de controversiële keuze van de naam Artikel 1 in tv-programma Wakker Nederland leidt tot een hausse aan media vragen aan Art.1
  • Nadat taal noch teken van Simons is vernomen, sommeert merkagent van Art.1, de Merkplaats, op 11 januari de politieke partij Artikel 1 de inbreuk op het merkrecht te staken.
  • Na herhaald uitstel van de kant van de politieke partij, voeren directeur-bestuurder en bestuurslid Art.1 op 24 januari op hun voorstel een gesprek gericht op minnelijke schikking  met Simons en Van der Kooye. Een voorstel tot mediation wordt door de politieke partij ter plekke van de hand gewezen.
  • 30 januari stuurt directeur-bestuurder Art.1 een compromisvoorstel aan de politieke partij dat op 31 januari van die kant van de hand wordt gewezen.
  • Vrijdag 3 februari: Art.1 besluit de zaak uit handen te geven aan een advocaat en informeert Artikel 1 hierover.
  • Vrijdag 17 februari: Advocaat van Simons laat weten dat Simons tot de Tweede Kamerverkiezing verhinderd is voor het kort geding. Dit uitstel wordt gerespecteerd.
  • Vrijdag 24 februari: NOS journaal toont logo van kenniscentrum discriminatie Art.1 (in plaats van de politieke partij Artikel 1) bij item over de verkiezingen. Dit gebeurt hierna nog meerdere malen.
  • Vrijdag 10 maart: Simons is aanwezig bij debatprogramma Van torentje naar torentje. Artikel 1 Overijssel is ook aanwezig en laat Simons weten dat de naam van haar politieke partij voor veel verwarring zorgt.
  • 15 maart: Politieke partij Artikel 1 haalt geen zetel bij Tweede Kamerverkiezingen. Simons zegt onder andere tegen NRC en de Volkskrant door te gaan met de beweging.
  • Maart/april: advocaat Art.1 stelt hernieuwd overleg voor over minnelijke schikking nu naamsregistratie bij de kiesraad geen rol meer speelt. Overleg komt niet tot stand omdat politieke partij Artikel 1 haar standpunt niet herziet.
  • 16 mei: Kort geding bij rechtbank Amsterdam.
  • Voorzieningenrechter rechtbank Amsterdam stelt Art.1 in het gelijk op alle gronden.

 

 

  • Zoeken

Naar boven