Geschiedenis 25 jaar RADAR

RADAR werd in 1983 opgericht als een onderzoeksinstelling. Onderzoek naar institutionele discriminatie moest er verricht worden, dit op initiatief van de toenmalige Rotterdamse wethouder Elizabeth Schmitz. Zij vroeg een aantal Rotterdammers om een dergelijke organisatie op te richten. Na de oprichting bleek al snel dat er behoefte was aan een plek waar mensen met hun individuele ervaringen met discriminatie kwijt konden en waar ze hulp en advies kregen.

In februari 1985 werd een meldpunt als onderdeel van RADAR ingesteld. Met een 20-tal vrijwilligers werden de klachten ingenomen en behandeld.

 

De aanpak van discriminatie was een nieuw werkterrein. Zo was er in die begin periode nog geen jurisprudentie en bestond de Wet gelijke behandeling nog niet.

Ook waren er nog geen vergelijkbare antidiscriminatie bureaus. Er werd dus veel pionierswerk verricht. In 1985 werd het Landelijk Bureau tegen rassendiscriminatie opgericht, de voorganger van Artikel1.

 

In de jaren 90 werden meerdere bureaus opgericht in het land. In 1994 werd de Commissie Gelijke Behandeling ingesteld waardoor er meerdere mogelijkheden waren om discriminatie aan te pakken. In diezelfde periode werden antidiscriminatie bureaus, ook RADAR, brede organisaties.

RADAR ging zich niet alleen bezighouden met rassendiscriminatie, ook discriminatie op grond van geloof, sekse, seksuele gerichtheid, handicap (vanaf 2003) en leeftijd (vanaf 2004).

 

In de loop der jaren werd naast onderzoek, beleidsbeïnvloeding en klachtbehandeling, ook voorlichting en training steeds belangrijker. De bewustwording rond discriminatie en vooroordelen kreeg daarmee ook een plek binnen RADAR. Empowerment is weer de laatste trend.

 

In 2007 gingen ook de antidiscriminatie bureaus in Dordrecht en Breda onder de vlag van RADAR werken en werd RADAR een brede regionale organisatie, werkzaam in het gebied van 3 politieregio's. Met een vierde kantoor in Tilburg werden in november 2009 ook de bezoekmogelijkheden uitgebreid.

 

Antidiscriminatie bureaus werden tot nu toe altijd gefinancierd door individuele gemeenten, met soms een bijdrage van de provincie en op projectbasis bijdragen van de Europese Commissie, rijksoverheid of particuliere fondsen. Sinds 2009 is er een wettelijke regeling. Hierin worden Rijksgelden geoormerkt die gemeenten dienen te besteden aan een lokale antidiscriminatievoorziening. Per inwoner is nu een bedrag beschikbaar gesteld voor dergelijke activiteiten en is een ADB niet meer afhankelijk van de beoordeling van een individuele gemeente.

Onder de titel Route 66 vindt u elders op de site meer over deze regeling.

 

 

  • Zoeken