Onderzoek 'Discriminatie van gehandicapten en chronisch zieken'

In 2008 heeft Art.1 Bureau Discriminatiezaken NHN een onderzoek laten uitvoeren om te kijken of discriminatie jegens gehandicapten en chronisch zieken in de regio Noord-Holland Noord voorkomt, of

men hier melding van maakt en of men op de hoogte is van de antidiscriminatierechten. De conclusie van het onderzoek is dat discriminatie van gehandicapten en chronisch zieken geregeld voorkomt maar dat gehandicapten en chronisch zieken hier zelden melding van maken. Ook is men niet altijd op de hoogte van de wetgeving op dit gebied.

 

Hieronder staat een samenvatting van het onderzoek. Het onderzoek is ook in zijn geheel te downloaden.

 

Onderzoek Discriminatie van gehandicapten en chronisch zieken

Een handicap of een chronische ziekte is een grond waarop men gediscrimineerd kan worden, maar het meldpunt discriminatie in Noord-Holland Noord krijgt weinig meldingen daarvan. Dit onderzoek is bedoeld om uit te zoeken hoeveel discriminatie voorkomt bij gehandicapten en chronisch zieken in Noord-Holland Noord, en waarom er zo weinig gemeld wordt. Het onderzoek bestaat uit twee delen: een theoretisch onderzoek: wat is er al onderzocht, wat is er al bekend over discriminatie van gehandicapten en chronisch zieken? Daarnaast een kwantitatief onderzoek; er is een vragenlijst verspreid via gehandicaptenorganisaties, met 21 vragen. Aan de vragenlijst hebben 125 respondenten meegewerkt. De handicap of chronische ziekte ze hadden varieert van: aandoeningen aan de rug en nek; reumatische aandoening; Multiple sclerose (MS); spierziekte en Spina bifida (open rug); doof en zichtproblemen. Iets meer dan de helft van deze groep personen maakt gebruik van een hulpmiddel zoals een rolstoel, krukken, een scootmobiel, gehoortoestellen en een brache. Iets minder dan de helft van alle respondenten maakt helemaal geen gebruik van een rolstoel noch van een ander hulpmiddel.

 

Is er sprake van discriminatie jegens gehandicapten en chronisch zieken in Noord-Holland Noord?
Uit studies bleek dat gehandicapten in Nederland op diverse maatschappelijke terreinen, en met name bij de arbeid, te vrezen hebben voor discriminatie en dat mensen met een functiebeperking regelmatig en op allerlei terreinen discriminatie ondervinden. Gehandicapten en chronisch zieken ondervinden niet zelden discriminatie op het gebied van werk, vervoer en toegankelijkheid. Zo heerst er een negatieve beeldvorming omtrent gehandicapten en chronisch zieken waardoor zij minder snel voor een baan aangenomen worden en als minderwaardig gezien worden. Ook schort er nog het een en ander aan de bereikbaarheid van openbare ruimten en de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en vervoersbedrijven. Uit het eigen onderzoek bleek dat iets minder dan de helft van de respondenten 43 %, minstens éénmaal in hun leven te zijn gediscrimineerd vanwege hun handicap. Een derde van de hele groep wordt vaker dan één keer gediscrimineerd vanwege hun handicap. Meer dan de helft van de groep, 63,2 %, heeft wel eens problemen heeft gehad met de toegankelijkheid. De meeste problemen worden ervaren met de toegankelijkheid van cafés/ restaurants én met winkels. Daarna hebben ze veel problemen met de toegankelijkheid van het openbaar vervoer (bus, trein, tram, metro). Ook heeft bijna de helft wel eens problemen met vervoersbedrijven ondervonden.

 

Ervaren mensen met een handicap of chronische ziekte moeite om toegang te verkrijgen tot de reguliere arbeidsmarkt?
In Nederland hebben gehandicapten en chronisch zieken met name bij de arbeid te vrezen voor discriminatie. Uitsluiting van gehandicapten door heersende negatieve opvattingen bij werkgevers komt veel voor. Tijdens een sollicitatieprocedure krijgen ze het ‘nadeel van de twijfel’. Uit de theorie bleek dat bij sollicitaties van gelijkwaardige kandidaten in 24 % van de gevallen gediscrimineerd werd op basis van de functiebeperking. Uit ons eigen onderzoek komt een groter percentage naar voren: 43,2 % heeft minimaal 1 keer het gevoel gehad afgewezen te zijn bij een sollicitatie vanwege zijn of haar handicap. Veel gehandicapten ervaren dan ook problemen bij het vinden van een baan. Uit de literatuur bleek dat arbeidsgehandicapten minder vaak een betaalde baan hebben. In 2005 had 39 % van de arbeidsgehandicapten een betaalde baan. Ruim de helft hiervan heeft een deeltijdbaan. Het percentage van het aantal werkende gehandicapten en chronisch zieken uit het eigen onderzoek, blijkt nog iets lager te liggen: 32,8 % heeft momenteel een betaalde baan. Ook hier heeft ruim de helft van de werkenden een deeltijdbaan, namelijk 58,5 %. Van de respondenten die wel een baan hebben gehad, geeft 27,2 % aan dat ze het gevoel hebben ooit ontslagen te zijn geweest vanwege hun handicap of chronische ziekte.

 

Komt discriminatie van gehandicapten en chronisch zieken vaker voor bij gehandicapten met zichtbare aandoeningen zoals rolstoelgebruikers?
De theorie laat zien dat op het gebied van arbeid een zichtbare aandoening meer problemen oplevert in verband met de vaak door werkgevers gestelde eis dat werknemers er representatief uit moeten zien. Lichamelijk gehandicapten worden geconfronteerd met het feit dat in deze op uiterlijk en representativiteit gerichte maatschappij veel op uiterlijk wordt geselecteerd. Ook in restaurants en tv-programma's zijn gehandicapten veelal niet welkom. Uit ons eigen onderzoek blijkt dat de gehandicapten die gebruik maken van een rolstoel en/of een ander hulpmiddel, vaker problemen ondervinden dan gehandicapten zonder deze hulpmiddelen. 53,7 % van de personen die gebruik maken van een rolstoel en/of een ander hulpmiddel is wel eens gediscrimineerd vanwege hun handicap. Dit tegenover 31 % van de personen die geen gebruik maken van een hulpmiddel. Mogelijk speelt het zichtbare aspect hier een rol. Daarnaast moet de slechte toegankelijkheid van openbare ruimten, voor mensen in een rolstoel of met andere hulpmiddelen, niet vergeten worden. Te denken valt aan fysieke belemmeringen zoals drempels en trappen, die voor rolstoelgebruikers niet toegankelijk zijn. Op het gebied van deze toegankelijkheid zijn dan ook grote verschillen op te merken. 85,1 % van de respondenten die gebruik maken van een rolstoel en/of een ander hulpmiddel, ervaart wel eens problemen met de toegankelijkheid van openbare ruimten. Van de respondenten die geen gebruik maken van een rolstoel of een ander hulpmiddel, heeft 37,9 % wel eens problemen ondervonden met deze toegankelijkheid. Dit is een ruim verschil van 47,2 %. De bewegingsvrijheid van mensen met een functiebeperking is in belangrijke mate beperkt omdat de omgeving niet ook voor gehandicapten is ingericht. Zo zijn veel uitgaansgelegenheden vaak slecht toegankelijk. Er zijn ook veel klachten over de gebrekkige bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van vervoersbedrijven. 56,7 % van de mensen met een rolstoel en/of een ander hulpmiddel heeft wel eens problemen ondervonden met vervoersbedrijven, tegenover 20,7 % van de respondenten zonder hulpmiddel.

 

Maken gehandicapten en chronisch zieken die gediscrimineerd zijn hier ook melding van?
Uit de theorie kwam duidelijk naar voren dat er sprake is van een zeer geringe bereidheid om gevallen van discriminatie te melden. Uit onderzoek naar meldgedrag blijkt dat ongeveer driekwart van degenen die te maken krijgt met discriminatievoorvallen, geen enkel incident meldt bij een instantie, een meldpunt discriminatie, de politie of een andere instelling. Art.1 Discriminatiezaken Noord-Holland Noord krijgt jaarlijks dan ook maar vijf tot zeven meldingen binnen van discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte. Ook in ons eigen onderzoek is aan de respondenten, die wel eens gediscrimineerd zijn, gevraagd of zij destijds dit discriminatievoorval ergens hebben gemeld. Slechts 1,9 % heeft de discriminerende behandeling gemeld bij de politie of bij een meldpunt voor discriminatie of een patiëntenvereniging. In totaal heeft 11,1% ooit een discriminerende behandeling gemeld. 88,9% heeft dus nooit ergens melding gemaakt van het discriminatie-voorval. Van de personen die in het verleden wel een discriminerende behandeling hebben gemeld, zegt 83,3 % dit in de toekomst niet meer te zullen gaan doen. Zowel uit de theorie als uit het eigen onderzoek blijkt dat de overgrote meerderheid, tussen de 86 en 89 %, geen melding maakt wanneer zij zijn gediscrimineerd vanwege hun handicap of chronische ziekte. Het aantal respondenten dat melding maakte bij de politie en/ of
een meldpunt voor discriminatie/ een patiëntenvereniging, ligt in beide onderzoeken niet hoger dan 3 %.

 

Zijn gehandicapten en chronisch zieken op de hoogte van hun anti discriminatierechten?
Er is in de literatuur niet veel bekend over het feit of gehandicapten en chronisch zieken bekend zijn met hun discriminatierechten. Uit één onderzoek blijkt dat ze niet voldoende op de hoogte zijn van hun anti discriminatierechten. Uit dit onderzoek in opdracht van de Europese Commissie zegt meer dan de helft, 56 %, niet te weten wat hun rechten zijn bij discriminatie of intimidatie. Het percentage uit ons eigen onderzoek komt hier redelijk mee overeen. 54,4 % van de respondenten geeft namelijk aan dat zij het onduidelijk vinden wat hun anti discriminatierechten zijn. Voor 32,8 % is het redelijk duidelijk wat hun anti discriminatie rechten zijn en slechts 12,8 % vindt het heel duidelijk wat hun rechten zijn.

 

Conclusie van het onderzoek:
Concluderend luidt het antwoord op de onderzoeksvraag: discriminatie van gehandicapten en chronisch zieken komt geregeld voor maar gehandicapten en chronisch zieken maken hier zelden melding van. Ook is men niet altijd op de hoogte van hun anti discriminatierechten.

 

U kunt het hele onderzoek hier lezen.

 

  • Zoeken

Naar boven