Onderwijs mag geen intolerantie prediken

Kinderen op een aantal salafistische moskeescholen leren dat ze afstand moeten nemen van niet-gelovigen, blijkt uit een recent onderzoek van NRC en Nieuwsuur. Ook krijgen ze - evenals op sommige reguliere islamitische scholen - te horen dat seksuele en genderdiversiteit verkeerd is. Dit heeft terecht veel verontwaardiging opgeroepen.

 

In plaats van meer contact over en weer wordt afstand bepleit en bevorderd tussen moslims en anders- of niet-gelovigen. De opvattingen die in het onderzoek van NRC en Nieuwsuur naar voren komen over het veroordelen seksuele en genderdiversiteit, het verbieden van omgang tussen de verschillende seksen en het verbod voor meisjes om kleding van ongelovigen te dragen, zijn niet meer van deze tijd.

 

Dergelijke opvoedpraktijken creëren makkelijk een onwenselijke afstand tussen verschillende bevolkingsgroepen. Terwijl het overgrote deel van de burgers, scholen en organisaties in Nederland zich juist inspant om verschillen te overbruggen en gemeenschappelijkheid benadrukt.

 

Het is goed dat veel organisaties intussen afstand hebben genomen van de genoemde lesmethoden. In het onderzoek van NRC en Nieuwsuur wordt een aantal gemeenten genoemd waar RADAR werkt. RADAR steunt scholen en organisaties in deze gemeenten bij het kiezen van de goede en eigentijdse onderwijsmaterialen waarin volwaardig burgerschap en mensenrechten centraal staan.

 

Vrijheid van religie en vrijheid onderwijs is een groot goed, dat in de grondwet is verankerd. Maar deze vrijheid is geen vrijbrief om de vrijheid van anderen in te perken of te beknotten. Dat geldt voor burgers, voor organisaties en overheden en iedere school in Nederland.

  • Zoeken

Naar boven