Offensief tegen discriminatie op het werk nodig

 

Hans Siebers


Het politieke debat over de multiculturele samenleving lijkt over zijn hoogtepunt heen. In de aanloop naar de verkiezingen van 12 september speelde 'het migrantenvraagstuk' een minder prominente rol dan bij vorige verkiezingen. De vraag is of de problemen van onze diverse samenleving verdwijnen door ze niet langer politiek te thematiseren.

Voor een deel waarschijnlijk wel, want de manier waarop de politieke thematisering plaatsvond was deel van het probleem. Het werkte uitsluiting en discriminatie op de werkvloer in de hand, zo bleek uit onderzoek van de Universiteit van Tilburg naar etnische verhoudingen onder collega's. Al enkele jaren geleden, zagen we hoe makkelijk de uitspraken van leading voices in het integratiedebat, destijds onder andere Pim Fortuyn, Ayaan Hirsi Ali en Rita Verdonk, werden opgepikt. Dit gaf aanzet tot conflicten en spanningen op de werkvloer met als gevolg discriminatie in toegang tot loopbaankansen.


Het afgelopen jaar hebben Hans Siebers en Marjolein Dennissen van de Universiteit van Tilburg

onderzoek verricht naar de manier waarop uitspraken van vooral Geert Wilders uitwerken op collegiale verhoudingen tussen collega's met een Marokkaanse en islamitische achtergrond enerzijds en hun collega's uit de meerderheid anderzijds.

Geert Wilders op de werkvloer

Respondenten van het onderzoek blijken over het algemeen redelijk tevreden over de manier waarop collega's met verschillende achtergronden met elkaar omgaan. Het gaat echter mis als collega's onderling thema's bespreken die opiniemakers als Wilders op de politieke agenda hebben gezet. Denk daarbij aan zaken als terrorisme, crimineel gedrag van jongeren, onderdrukking van vrouwen, uithuwelijking en religieus geïnspireerde kleding. Als dergelijke onderwerpen ter sprake komen, maken collega's uit de meerderheid opmerkingen naar collega's met een Marokkaanse en islamitische achtergrond. Dat doen ze niet op basis van hun eigen ervaringen, omdat ze zelf iets meegemaakt hebben met onderdrukking van moslimvrouwen of islamisering. Nee, ze maken uitsluitend opmerkingen naar aanleiding van uitspraken van mensen als Wilders, in de taal en in de termen van mensen als Wilders. Ze laten zich wat deze thema's betreft dus leiden door het gedachtegoed van Wilders en anderen. 'Het is Geert Wilders die sprak', zei een van onze respondenten. Het gaat dan om vragen aan, opmerkingen tegen of misplaatste grappen over collega's met een Marokkaanse en islamitische achtergrond.


Zij en wij

Uitspraken van opiniemakers als Geert Wilders vormen niet alleen de aanleiding voor dergelijke opmerkingen, ze verschaffen ook het bijpassend gedachtegoed. Net als Wilders delen collega's dan de samenleving in twee groepen in: 'zij' en 'wij'. Collega's uit de meerderheid brengen vervolgens 'hen' uit de islamitische of Marokkaanse groep in diskrediet door te veronderstellen dat zaken als terrorisme, straatgeweld en vrouwenonderdrukking kenmerkend zouden zijn voor die groep. Tot slot tasten zij de eigenwaarde aan van collega's met een Marokkaanse en islamitische achtergrond door hen als vertegenwoordiger van die groep aan te spreken en hen persoonlijk verantwoordelijk te houden.

Gevolgen van stigmatisering
Het is moeilijk om aan deze stigmatisering te ontkomen. Collega's met een Marokkaanse en islamitische achtergrond voelen dat ze verantwoording moeten afleggen voor handelingen van anderen waarmee ze niets te maken hebben. Hun eerste reactie is om opmerkingen te weerspreken en vragen te beantwoorden, maar na verloop van tijd houden ze daarmee op omdat het zinloos is. Ze hebben het gevoel dat ze niet tegen de media kunnen opboksen en hun collega's niet zullen overtuigen. Vervolgens ontwijken ze opmerkingen en sluiten zich af, niet alleen van hun collega's maar ook van de samenleving als zodanig. Sommigen hebben het gevoel dat hun recht op een plaats in de samenleving ter discussie staat: 'Wat je ook doet, je mag er niet zijn.'

De gevolgen voor collega's met een Marokkaanse en islamitische achtergrond zijn ernstig. Na dergelijke opmerkingen en vragen van collega's blijven ze achter met gevoelens van gekwetstheid, angst, frustratie, pijn en onveiligheid. Sommigen hebben het gevoel dat ze elk moment aangevallen kunnen worden in publieke ruimtes, ook fysiek. Op deze manier worden mensen met een niet-westerse migratieachtergrond uitgesloten: mensen nemen ontslag of durven niet meer naar promotie te streven. Ze voelen zich onveilig.

Uitspraken zetten aan tot uitsluiting en discriminatie
Op 23 juni vorig jaar sprak de Amsterdamse rechtbank Geert Wilders vrij op de aanklacht van aanzetten tot haat en discriminatie. Opmerkelijk genoeg heeft de rechtbank de vraag of uitlatingen van Wilders aanzetten tot haat en discriminatie in de samenleving buiten beschouwing gelaten. Het onderzoek laat zien dat hij wel terdege aanzet tot haat en discriminatie in de samenleving. Met het oordeel van de rechtbank dreigt het verbod op aanzetten tot haat en discriminatie in onze grondwet een dode letter te worden.

Kortom, vraagstukken over de cultureel diverse samenleving zijn gebaat bij het verstommen van de bestaande migrantenvijandige thematisering in de politiek vanwege de polariserende uitwerking op etnische verhoudingen op het werk. Maar daarmee is de noodzaak van elke politieke thematisering van de multiculturele samenleving niet verdwenen. De bevindingen laten de behoefte zien aan een offensief beleid tegen uitsluiting en discriminatie op de werkvloer, iets wat onder afgelopen kabinetten in de versukkeling is geraakt.

 

26 oktober 2012
Hans Siebers is hoofddocent aan de Universiteit van Tilburg, departement Cultuurwetenschappen. Het onderzoeksverslag is te
downloaden via de Tilburg Papers in Culture Studies.

 

Dit opiniestuk is eerder, in iets andere vorm, gepubliceerd in Trouw en Sociale Vraagstukken.

Met dank aan Hans Siebers voor toestemming voor deze publicatie

  • Zoeken

Naar boven