Nederland bij VN over mensenrechten

4 juni 2012 - Op 31 mei 2012 sprak de VN-Mensenrechtenraad in Genève tijdens de Universal Periodic Review(UPR) over het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Tijdens de UPR kreeg Nederland, vertegenwoordigd door minister Spies van Binnenlands Zaken, vanuit 41 landen vragen en aanbevelingen over de mensenrechtensituatie in Nederland.

 

Tijdens de bijeenkomst was er aandacht voor verschillende positieve ontwikkelingen zoals de komst van het College voor de Rechten van de Mens en van de Kinderombudsman. Daarnaast werden er verschillende knelpunten genoemd, waaronder het niet-ratificeren van het VN-gehandicaptenverdrag, de aanpak van rassendiscriminatie op de arbeidsmarkt, het ontbreken van mensenrechteneducatie op scholen, de loonkloof en kinderen in de (langdurige) asielprocedure. 

 

Commissie Gelijke Behandeling (CGB)

 

In een tweetal bijeenkomsten ter voorbereiding op de UPR in april heeft de CGB aandacht gevraagd voor mensenrechteneducatie op scholen en voor professionals, de positie van kwetsbare mensen en minderheden zonder stem, discriminatie op de arbeidsmarkt, de levensstandaard op de eilanden Bonaire, St. Eustatius and Saba (BES), preventief fouilleren, privacy aspecten en oprichting van het College voor de Rechten van de Mens.

 

Vreemdelingendetentie
 

Zweden, Griekenland, Brazilië en Ecuador spraken Nederland aan op de manier waarop vreemdelingendetentie in Nederland is geregeld. Volgens minister Spies wordt vreemdelingendetentie in Nederland enkel gebuikt al "laatste redmiddel". Uit rapporten van Amnesty International blijkt echter dat vreemdelingendentie eerder regel dan uitzondering is.  

 

Discriminatie 

 

Verschillende landen drongen aan op een steviger aanpak van discriminatie en intolerantie. Minister Spies antwoordde dat Nederland een actieplan klaar heeft. Hoewel er op terrein van discriminatie wel een beleidsstuk is, is er volgens Amnesty International geen sprake van een concreet actieplan; met een tijdspad, concrete doelstellingen en afspraken over evaluatie. Dit terwijl discriminatie van etnische minderheden en migranten tijdens de UPR van vandaag zorgpunt nummer een was van tientallen landen.

 

Mensenrechteneducatie

Door Azerbeidjzan, Australie, Brazilie en Ecuador werd Nederland gewezen op het ontbreken van volwaardige mensenrechteneducatie op scholen. Volgens deze landen is het op jonge leeftijd scholen van kinderen op het gebied van mensenrechten essentieel.

 

Mensenrechteninstituut en Kinderombudsman

 

Naast kritiek kreeg Nederland van verschillende landen complimenten over de komst van het mensenrechteninstituut, de instelling van een kinderombudsman en de ruimhartige bijdrage aan het VN mensenrechtenbudget. 

 

 

 

Uit: blog Eduard Nazarski Amnesty International 

 

30 mei 2012 - Nederland moet zich op 31 mei verantwoorden in Geneve bij de Verenigde Naties met een Universal Periodic Review, een soort mensenrechtenexamen dat de Verenigde Naties elke vier jaar afnemen van elk land ter wereld. Minister Spies van Binnenlandse Zaken gaat daar in gesprek met vertegenwoordigers van tientallen VN-lidstaten over de mensenrechtensituatie in ons land.

Nederland legt verantwoording af aan andere landen. De Nederlandse regering heeft zelf een rapportage opgesteld, en ook NGO’ s en internationale mensenrechtenorganen hebben zaken op een rijtje gezet.
 
De vraag is welke landen Nederland zullen gaan aanspreken. Naast Nederland doen nog dertien landen dit keer verslag. Ze zullen elkaar complimenten geven, maar ook kritische aanbevelingen doen over pijnpunten. 
 
Amnesty International heeft een aantal kritische opmerkingen geplaatst over de mensenrechtensituatie in Nederland. Zo heeft Nederland een uitzonderlijk hoog aantal mensen in vreemdelingendetentie. De regering heeft illegaal verblijf strafbaar gesteld, een bedenkelijk beslissing. En er zijn nogal wat blijken van discriminatie, zoals bij de politie die het ‘etnisch profileren’ niet schuwt: als u zwart bent of een moslimbaard heeft, wordt u extra in de gaten gehouden.
 
De Nederlandse regering is kritisch over de mensenrechtensituatie in heel veel landen, van Iran tot China en van Nigeria tot Colombia. En dat is terecht. Maar die kritiek krijgt pas gewicht als Nederland zelf geloofwaardig is. 

Zo wordt een algemeen boerka verbod wordt internationaal door velen als discriminatie opgevat, en ook Amnesty vindt dit in strijd met de vrijheid van meningsuiting. Het is in jaren niet gelukt fatsoenlijk onderwijs in mensenrechten verplicht te stellen op scholen. 

 
Nederland krijgt straks aanbevelingen van andere landen. Als ze die niet goed uitvoert (zoals met die van vier jaar geleden gebeurd is), geeft dat een verkeerd signaal. Breng je eigen huis op orde, is Amnesty’s kernboodschap voor deze Universal Periodic Review. Daar moet Nederland een keer in de vier jaar toch wel toe in staat zijn.

 

bewerking blog Eduard Nazarski, directeur Amnesty International Nederland

 

- UPR website met info over Nederland

- Rapport van de NJCM

- Nationaal rapport

 

 

 

  • Zoeken

Naar boven