Landelijke Klachtenregeling LBA

Klachtenregeling Landelijke Branchevereniging Antidiscriminatiebureaus.pdf


Preambule


Deze regeling is de beroepsmogelijkheid voor klagers, welke een procedure hebben doorlopen bij een interne klachtencommissie van één van de bij de Landelijke Brancheorganisatie Antidiscriminatiebureaus (LBA) aangesloten leden. Deze Landelijke Klachtencommissie kan elke klacht behandelen betreffende de kwaliteit van uitvoering van de taken omschreven in de Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen (klachtbehandeling en registratie) door leden van de LBA.

Omwille van de leesbaarheid van deze klachtenregeling is de mannelijke vorm gebruikt, waar steeds mannen én vrouwen zijn bedoeld. De regeling Landelijke Klachtencommissie is te vinden op de website discriminatie.nl.

 

Artikel 1 Begripsbepalingen


* Antidiscriminatie- een bureau dat klachten over discriminatie behandelt en registreert en lid is van

   Bureau (ADB): de LBA;

* klager: hij die, op grond van deze klachtenregeling, in beroep gaat tegen de uitspraak betreffende

   zijn klacht door de interne klachtencommissie van een, bij de LBA aangesloten ADB;

* klacht: een klacht heeft betrekking op de uitvoering van de klachtbehandeling of de registratie

   zoals omschreven in de Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen;

* klachtencommissie: de commissie die op grond van deze klachtenregeling is ingesteld om klachten

   van cliënten, na een doorlopen procedure bij de interne klachtencommissie van het betreffende ADB,

   te onderzoeken, te beoordelen en op grond hiervan het bestuur van het betreffende ADB te

   adviseren;

* onafhankelijk: persoon, niet in dienst, noch bestuurslid van een ADB;

* LBA: de Landelijke brancheorganisatie Antidiscriminatiebureaus;

* bestuur: het bestuur van de LBA;

* ALV: Algemene Ledenvergadering van de LBA;

* Directeurenoverleg: geregeld overleg van leidinggevenden van ADB’s.

 

Artikel 2 De taak van de Landelijke Klachtencommissie

 

De landelijke klachtencommissie heeft tot taak:

2.1 Te beslissen over de ontvankelijkheid van een klacht.

2.2 Te beslissen of een klacht al dan niet geheel of gedeeltelijk gegrond is.

2.3 De beslissing van de commissie gemotiveerd schriftelijk mee te delen aan de indiener van de klacht.

2.4 De beslissing van de commissie gemotiveerd vast te leggen en voor te leggen aan het bestuur van het betreffende ADB.

2.5 Het doen van aanbevelingen aan het bestuur van het betreffende ADB indien de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond is, het geven van advies over de te nemen maatregelen ter oplossing van de klacht of ter genoegdoening van de klager.

2.6 Het doen van aanbevelingen aan het bestuur van de LBA, indien er regelmatig gegronde klachten over een bepaald ADB bij de commissie worden ingediend.

 

Artikel 3 Samenstelling Landelijke Klachtencommissie


3.1 De Klachtencommissie is samengesteld uit 1 lid afkomstig uit de LBA en 2 externe onafhankelijke leden die niet werkzaam zijn binnen de LBA en haar leden. Zij worden respectievelijk door het bestuur en op voordracht van de ALV benoemd. De 2 onafhankelijke commissieleden worden in overleg tussen bestuur en ALV benoemd. De benoeming geldt voor de duur van maximaal 5 jaar. Zij kunnen na het verstrijken van hun zittingsperiode aansluitend nog eenmaal voor eenzelfde periode worden benoemd. Op dezelfde wijze wordt voor ieder lid van de vaste Klachtencommissie een plaatsvervanger benoemd.

3.2 Ten minste één van de drie leden is jurist.

3.3 Een onafhankelijk lid is voorzitter van de Klachtencommissie. De Klachtencommissie wijst uit haar midden een secretaris aan.

3.4 Elk lid van de Klachtencommissie is verplicht tot algehele geheimhouding betreffende gegevens en

informatie die hem bij de behandeling van de klacht ter kennis komen.

3.5 Aan de Klachtencommissie kan een onafhankelijk notulist worden toegevoegd.


Artikel 4 Indienen van een klacht


4.1 Het recht tot indienen van een klacht komt toe aan:

- de klager

- de wettelijke vertegenwoordiger van de klager

- natuurlijke personen dan wel rechtspersonen die door de klager zijn gemachtigd.

4.2 Een klacht kan zowel individueel als collectief worden ingediend.

4.3 Een klacht wordt schriftelijk ingediend bij de secretaris van de Klachtencommissie. De klacht omvat in elk geval de naam en het adres van de klager en een omschrijving van de klacht.

4.4 Bij het indienen van de klacht betaalt de klager een bedrag van € 75. Indien de klacht gegrond wordt verklaard, ontvangt de klager het bedrag van € 75 terug. ** (zie onderaan regeling)

4.5 Het recht tot indienen van een klacht vervalt 6 maanden nadat de klager kennis heeft genomen of

redelijkerwijs kennis had kunnen nemen van de uitspraak van de betreffende interne klachtencommissie, dan wel de reactie van het bestuur van het betreffende ADB hierop.

4.6 De klager kan te allen tijde zijn klacht schriftelijk, gericht aan de secretaris van de Klachtencommissie, intrekken. Van intrekking van de klacht worden aangeklaagde, het betreffende ADB zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld.


Artikel 5 Werkwijze van de Landelijke Klachtencommissie


5.1 De secretaris stelt de klager binnen 5 werkdagen op de hoogte van de ontvangst van de klacht. Binnen 15 werkdagen wordt de klager op de hoogte gesteld van het verdere verloop van de procedure.

5.2 Binnen 10 werkdagen na ontvangst van de klacht bepaalt de secretaris op formele gronden (termijn en gevolgde procedure) of de klacht ontvankelijk is.

5.3 Indien de klacht ontvankelijk wordt geacht, stelt de secretaris de aangeklaagde binnen diezelfde 15

werkdagen op de hoogte van de klacht en stelt hem in de gelegenheid schriftelijk verweer te voeren. De aangeklaagde dient dit binnen 8 werkdagen na het vernemen van de klacht te doen.

5.4 De secretaris stelt het bestuur van het betreffende ADB binnen diezelfde 15 werkdagen schriftelijk op de hoogte van het feit dat een klacht is ingediend.

5.5 Na ontvangst van het schriftelijk verweer van de aangeklaagde of van een schriftelijk bericht van de

aangeklaagde dat hij geen verweer voert, roept de secretaris de commissie bij elkaar en verspreidt kopieën van de klacht en het eventuele schriftelijke verweer.

5.6 Op verzoek van één of meer van de betrokken personen of op eigen verzoek kan een lid van de

Klachtencommissie gebruik maken van het verschoningsrecht. Wie partij in het conflict is of een formele

relatie onderhoudt met een van de partijen, moet zich verschonen.

5.7 De Klachtencommissie is bevoegd tot het opvragen van relevante stukken bij het ADB, bij de klager en de aangeklaagde. Stukken die de klager betreffen worden door het ADB slechts na diens schriftelijke

toestemming verstrekt. Het ADB is verplicht overige stukken die betrekking hebben op de klacht aan de

Klachtencommissie te overhandigen.

5.7 De Klachtencommissie kan gebruik maken van de diensten van deskundigen.

5.8 De Klachtencommissie doet afschriften van alle stukken op grond waarvan zij beslist vóór de zitting aan partijen toekomen.


Artikel 6 Zitting van de Landelijke Klachtencommissie


6.1 Binnen 6 weken na indienen van de klacht schrijft de Klachtencommissie indien nodig een zitting uit. Klager en aangeklaagde worden ten minste 10 dagen vóór de datum van de zitting hiervan op de hoogte gesteld.

6.2 Indien partijen van de in het tiende lid genoemde gelegenheid geen gebruik willen maken, dienen zij dit ten minste 5 werkdagen vóór de zitting aan de secretaris te hebben laten weten.

6.3 De betrokken partijen moeten bij de zitting en uitspraak aanwezig zijn, als de Klachtencommissie dat noodzakelijk acht.

6.4 De zitting van de Klachtencommissie is besloten.

6.5 Van de zitting van de Klachtencommissie wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.

6.6 De Klachtencommissie kan andere betrokkenen dan klager en aangeklaagde oproepen om in persoon of bij gemachtigde te verschijnen om te worden gehoord voor het geven van inlichtingen. Partijen worden van het voornemen hiertoe in kennis gesteld.

6.7 Degene die een klacht heeft ingediend en degene tegen wie een klacht is ingediend kunnen zich bij de behandeling van de klacht door de klachtencommissie laten bijstaan door een ander.

6.8 Door betrokkenen kunnen getuigen worden opgeroepen. Zij dienen naam en hoedanigheid van deze

getuigen ten minste 5 werkdagen vóór de zitting kenbaar te maken aan de Klachtencommissie en de

wederpartij.

6.9 De Klachtencommissie stelt de klager in de gelegenheid de klacht mondeling toe te lichten en stelt degene, tegen wie een klacht is ingediend, in de gelegenheid mondeling verweer te voeren.

6.10 Partijen kunnen door alle commissieleden worden ondervraagd. Zij kunnen elkaar door tussenkomst van de voorzitter vragen stellen.

6.11 Getuigen kunnen door alle commissieleden worden ondervraagd. Zij kunnen door tussenkomst van de voorzitter door partijen worden ondervraagd.

6.12 De Klachtencommissie kan getuigen horen buiten tegenwoordigheid van andere getuigen.

6.13 Alleen om gewichtige redenen, welke dienen te worden opgenomen in het verslag, kan de

Klachtencommissie, uit eigen beweging of op verzoek van een der partijen of getuigen, de partijen buiten elkaars tegenwoordigheid of getuigen buiten aanwezigheid van partijen horen.

6.14 De niet aanwezige partij(en) wordt(worden) door de Klachtencommissie op de hoogte gesteld van hetgeen buiten haar tegenwoordigheid is gesteld en wordt (worden) de gelegenheid gegeven hierop te reageren.

Artikel 7 Beraadslaging en uitspraak van de Landelijke Klachtencommissie


7.1 De beraadslagingen van de Klachtencommissie zijn niet openbaar.

7.2 Indien noodzakelijk kan de Klachtencommissie besluiten tot heropening van de voorliggende zaak en zo spoedig mogelijk een nieuwe zitting uitschrijven. Op deze zitting is artikel 5 in zijn geheel van toepassing.

7.3 Uiterlijk 3 maanden na indiening van de klacht spreekt de Klachtencommissie een oordeel uit over de klacht. Indien deze termijn niet wordt gehaald, wordt dit tijdig, gemotiveerd en schriftelijk aan alle betrokkenen meegedeeld.

7.4 De uitspraken van de Klachtencommissie worden schriftelijk vastgelegd en medegedeeld aan de

betrokkenen. Indien directie en/of bestuur van het ADB geen betrokkene(n) waren bij de klacht, ontvangen ook zij een exemplaar van de uitspraak.

7.5 De Klachtencommissie kan een klacht gegrond, ongegrond, gedeeltelijk gegrond of alsnog niet ontvankelijk verklaren.

7.6 De Klachtencommissie kan aanbevelingen doen aan het bestuur van het betreffende ADB en in geval de klacht geheel of gedeeltelijk gegrond is, adviseren over te nemen maatregelen ter oplossing van de klacht, ter genoegdoening van de klager en ter voorkoming van dergelijke klachten in de toekomst.

7.7 De Klachtencommissie zorgt voor registratie van de ontvangen klachten en van de gedane uitspraken. Zonder vermelding van persoonsnamen wordt in ieder geval vastgelegd: de aard van de klacht en de door de commissie genomen beslissing en motivering daarvan.

7.8 De klachtencommissie levert ieder jaar een verslag van haar activiteiten, zo nodig aangevuld met

beleidsaanbevelingen, aan het bestuur van de LBA.


Artikel 8 Uitvoering


8.1 Het bestuur van het betrokken ADB neemt binnen 6 weken na de uitspraak van de Klachtencommissie een besluit over het al dan niet uitvoeren van het advies van de Klachtencommissie, over de te nemen maatregelen ter oplossing van de klacht of genoegdoening van de klager en over het voorkomen van de klacht in de toekomst.

8.2 Het bestuur van het betrokken ADB deelt binnen 1 week nadat het besluit onder lid 1van dit artikel is

genomen, dit besluit schriftelijk mee aan de klager, de aangeklaagde, de interne klachtencommissie en de Landelijke Klachtencommissie.


Artikel 9 Slotbepalingen


9.1 De kosten van de Klachtencommissie komen ten laste van de LBA.

9.2 De in deze regeling genoemde termijnen kunnen slechts worden overschreden indien dit geschiedt in overleg met en met toestemming van de betrokken partijen. De nieuw overeengekomen termijnen

dienen schriftelijk te worden vastgelegd.

9.3 Het dossier wordt 5 jaar bewaard door de secretaris van de Klachtencommissie waarbij de bescherming van de privacy gewaarborgd is en wordt na 5 jaar op een privacybeschermende manier vernietigd.

9.4 De klachtenprocedure zoals omschreven in dit protocol, kan door de Klachtencommissie worden

opgeschort als er sprake is van een parallellopende procedure, bijvoorbeeld een strafrechtprocedure.


Artikel 10 Openbaarheid


Alle ADB’s maken deze regeling na vaststelling openbaar op hun websites. Personeel van de ADB’s wordt onmiddellijk na vaststelling op de hoogte gesteld van deze regeling.


Artikel 11 Overige bepalingen


11.1 Deze regeling wordt door de ALV van de LBA vastgesteld voor haar leden.

11.2 De regeling wordt binnen vier jaar na inwerkingtreding door de LBA en de Klachtencommissie

geëvalueerd.

11.3 Deze regeling kan door de ALV worden gewijzigd of ingetrokken, op voorstel van een van de

leden.

11.4 In gevallen waarin de regeling niet voorziet, beslist het bestuur van de LBA.

11.5 Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2013

 

 

**   In tegenstelling tot hetgeen wordt bepaald in artikel 4.4 zal RADAR het bedrag van € 75 dat de klager bij het indienen van de klacht dient te betalen, voldoen. RADAR vindt het belangrijk dat er geen financiele drempel wordt opgeworpen om onvrede over de klachtbehandeling te bespreken.

  • Zoeken

Naar boven