CGB veroordeelt ontslag wegens astma

De Commissie gelijke behandeling oordeelde dat de Droomplaats Noord KinderopvangService B.V. verboden onderscheid maakt op grond van chronische ziekte door een vrouw met astma geen nieuwe arbeidsovereenkomst aan te bieden. RADAR legde deze zaak namens de vrouw onlangs voor aan ed Commissie.


Situatie

De Droomplaats Noord KinderopvangService B.V. biedt dagopvang en buitenschoolse opvang aan kinderen aan. Een vrouw werkte bij de kinderopvangservice als pedagogisch medewerker. Zij heeft astma. Haar laatste arbeidscontract eindigde op 1 december 2011 en is niet verlengd. In oktober 2011 voeren de vrouw en haar leidinggevende een beoordelingsgesprek. De leidinggevende maakt hiervan een conceptverslag. In dit verslag staat: “Is niet altijd 100% inzetbaar door klachten van astma en hooikoorts. Heeft daardoor een te hoog ziekteverzuim. Als [de vrouw] geen klachten heeft toont zij veel inzet. [De vrouw] is een goede leidster maar door haar ziekte vraagt het te veel van haar naaste collega’s. Zij heeft de afgelopen jaar een te hoog ziekteverzuim gehad. De organisatie verwacht problemen in de toekomst voor [de vrouw] zelf en het team. Dus is besloten haar contract niet te verlengen.”

 

Oordeel Commissie

De Droomplaats Noord KinderopvangService B.V. maakt jegens de vrouw verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte bij het aangaan van een arbeidsverhouding.

 

Toelichting

Een werkgever, zoals de Kinderopvangservice, mag geen onderscheid maken op grond van handicap of chronische ziekte bij het aangaan of verlengen van een arbeidsovereenkomst. De vrouw lijdt aan astma. Dat is een chronische ziekte in de zin van de WGBH/CZ. De leidinggevende heeft een beoordelingsgesprek met de vrouw gevoerd en het verslag opgesteld. In dat verslag wordt verwezen naar de astma van de vrouw. Ook staat erin dat de organisatie problemen in de toekomst verwacht en dat het contract daarom niet wordt verlengd. Dit zijn feiten die onderscheid kunnen doen vermoeden. De Kinderopvangservice zegt dat zij geen nieuw dienstverband met de vrouw is aangegaan omdat de bedrijfseconomische situatie nu slecht is. De vraag naar kinderopvang is teruggelopen en tegelijkertijd is de concurrentie in de regio toegenomen. De directeur van de Kinderopvangservice verklaart dat de leidinggevende bij het beoordelingsgesprek iets anders heeft besproken en opgeschreven dan zij hadden afgesproken. De leidinggevende heeft volgens de directeur niet de werkelijke reden gegeven, namelijk de economische situatie. De Kinderopvangservice bewijst hiermee echter niet dat zij niet in strijd met de WGBH/CZ heeft gehandeld. Het blijft staan dat de chronische ziekte van de vrouw tijdens de beoordeling aan de orde is geweest en in ieder geval in het verslag als reden wordt genoemd. Het handelen van de leidinggevende wordt de Kinderopvangservice als werkgever toegerekend. Daarom maakt de Kinderopvangservice direct onderscheid op grond van chronische ziekte.

  • Zoeken

Naar boven