Samenwerking voor veilige comingout

Tinus van Lieshout

 

30 mei 2012 - Sinds de jaren ’70 komen homo’s “massaal” uit de kast. De laatste jaren zien we dat de verworven vrijheden stukje bij beetje weer ingeleverd worden. Uitingen van genegenheid vinden weer achter gesloten deuren plaats, tenminste als homo’s niet publiekelijk bespot, bedreigd of verguisd willen worden. Daarin moet verandering komen. Op het gebied van voorlichting en veiligheid moeten Bossche organisaties nauw gaan samenwerken, vindt Tinus van Lieshout van RADAR.

 

Voor jonge homo's is hun eerste comingout al een heel gevecht met zichzelf. Door negatieve signalen uit de directe omgeving en/of het ontbreken van rolmodellen duurt het vaak lang voor jongeren uit de kast komen. Ze moeten hun eigen koers uitstippelen, want het door ouders meegegeven “spoorboekje met levenslessen” is voor hen slechts beperkt bruikbaar. Het is een weg die ze veelal alleen afleggen. Natuurlijk zijn er organisaties die een helpende hand bieden, maar uiteindelijk moeten ze het toch zelf doen. Als de stap eenmaal gezet is, dan geeft dat een gevoel van opluchting en bevrijding. Binnen veel gezinnen is het daarna geen issue meer. De mate van acceptatie kan wel cultureel en/of religieus bepaald zijn. Ook de mate van (vermeende) herkenbaarheid als homo is bepalend voor acceptatie.

 

Uit recent onderzoek -uitgevoerd in opdracht van het COC- blijkt dat grote groepen homo’s, lesbo’s, biseksuelen en transgenders (HLBT’s) in Noordoost Brabant zich onveilig voelen en hun gedrag aanpassen om problemen te voorkomen. De helft van de 261 ondervraagden heeft een antihomoseksueel incident meegemaakt. De incidenten variëren van uitschelden, discriminatie, pesten, treiteren tot chantage, fysiek geweld en vernieling. Vooral transgenders, allochtonen, jongeren en personen die nog in de kast zitten, lopen risico slachtoffer te worden. Het leeuwendeel van deze voorvallen wordt niet gemeld. Slachtoffers die incidenten wel melden bij de politie hebben daar niet altijd positieve ervaringen aan overgehouden. Met als gevolg dat dit soort gebeurtenissen onderbelicht blijft en daders vrij spel hebben en houden. Op dit punt kan nog een flinke slag geslagen worden.

 

RADAR, de antidiscriminatievoorziening werkzaam in onder andere Brabant-Noord kan een belangrijke rol spelen bij het zichtbaar maken van klachten en het begeleiden van mensen die een klacht indienen, bijvoorbeeld door via dialoog tot een oplossing te komen, bij het doen van aangifte of het opstarten van een juridische procedure bij discriminatie.

 

De landelijke overheid vindt dat scholen meer aandacht moeten besteden aan seksuele diversiteit, waaronder homovoorlichting. Overigens zonder dat ze daarvoor duidelijke richtlijnen hanteert. Uit het onderzoek “De deugd van tegenwoordig” van de Radboud Universiteit Nijmegen geven meisjes aan dat ze een stuk toleranter staan tegenover homo’s dan jongens. Jongens met Turkse en Marokkaanse roots zijn gemiddeld het minst tolerant. Hoe hoger de opleiding van jongeren hoe toleranter ze zouden zijn.

 

Het lijkt erop dat voorlichting over seksuele diversiteit zich kan beperken tot laagopgeleiden en jongens met een Turkse en Marokkaanse achtergrond, maar dat doet geen recht aan de praktijk van alle dag. Jongeren in het algemeen gebruiken in de dagelijkse omgang het woord homo als stop- en scheldwoord om elkaar in een negatief daglicht te plaatsen. Voor jongeren die worstelen met hun seksuele gevoelens vormt dat geen stimulans om open te zijn. Laten we eerlijk wezen: hoeveel leerlingen komen tijdens hun middelbare schoolperiode uit de kast? Ook door de veranderde klassensamenstelling is de negatieve teneur omgeslagen naar een meer vijandige houding richting homo’s. Het bespreekbaar maken van seksuele diversiteit in de klas –met of zonder gastsprekers- laten veel docenten voortaan liever achterwege omdat het teveel reuring veroorzaakt of kan veroorzaken.

 

Ook homoseksuele docenten zijn terughoudender geworden over hun privéleven. Als een school een veilige plek voor een ieder moet zijn, dan is preventie en voorlichting voor iedereen essentieel. Temeer omdat uit suïcidecijfers blijkt dat homojongeren vijf keer vaker in de statistieken voorkomen dan heterojongeren, aldus het COC.

 

RADAR is blij dat de gemeente Den Bosch als Koplopergemeente homo-emancipatie wil bevorderen. Op 30 mei 2012 vindt er een interactieve startbijeenkomst plaats in de Koningszaal van het Koning Willem I College. Door nauwe samenwerking met andere Bossche organisaties wil ook RADAR zorgen dat homo's in Brabant Noord zichzelf kunnen zijn. Zonder dat ze in iedere nieuwe situatie de afweging moeten maken of het veilig genoeg is om uit de kast te komen en/of te blijven!

 

Tinus van Lieshout

voorlichter/trainer RADAR

 

Dit artikel is op 30 mei 2012 gepubliceerd als opiniestuk in het Brabants Dagblad

  • Zoeken

Naar boven