Vrijheid van meningsuiting geen recht om te beledigen

Vrijheid van meningsuiting geen recht om te beledigen
door Frank Dekker, stagiair rechten bij RADAR

  

Een democratische rechtstaat kan niet zonder publiek debat. Zo’n discussie moet vrij gevoerd worden, zonder al te veel spelregels. Deze vrijheid van meningsuiting wordt de laatste jaren steeds vaker gebruikt om bepaalde etnische minderheden te beledigen. Vooral columnisten maken zich hier steeds vaker schuldig aan. De huidige tijdsgeest wordt bepaald door steeds grover wordende opiniestukken en columns. Een harde, botte boodschap lijkt beter over te komen, dan een genuanceerde boodschap.

Bij omstanders roept dit nogal eens verontwaardiging op. Mensen voelen zich in hun eer aangetast, schamen zich voor het gekozen taalgebruik en eisen maatregelen. Hoewel een columnist best prikkelend en eenzijdig mag schrijven, zou hij tevens in het achterhoofd moeten houden dat hij geen groepen mensen beledigt en bovendien zich moeten realiseren dat zijn woorden een grote impact kunnen hebben. 

 

Het is dus belangrijk dat een opiniemaker een bepaalde voorzichtigheid in acht neemt. Hij kan niet alles zo maar opschrijven. Er wordt een beroep gedaan op zijn verantwoordelijkheid. Niet iedere columnist  gaat daar echter even goed mee om. Hoever kan zo’n opiniemaker eigenlijk gaan en waar ligt de grens van zijn uitingsvrijheid ?

 

De beperkingen liggen in de wet. In het Wetboek van Strafrecht  zijn een aantal discriminatieartikelen opgenomen. Toch worden er amper columnisten vervolgd. Dit komt omdat de strafbepalingen ruim geformuleerd zijn. Volgens het Europese Hof voor de Rechten van de Mens moeten burgers alle ruimte krijgen  om een standpunt in te nemen. Discriminerende opmerkingen dienen daarom in eerste instantie bestreden te worden in het publieke debat en niet via het recht.

Als het debat toch te grof wordt, kan iemand altijd nog naar de rechter stappen. Zulke zaken zijn echter lastig te bewijzen, zoals bleek in de zaak tegen Geert Wilders. Wil iemand veroordeeld worden binnen het strafrecht, dan moet bovendien opzet bewezen worden verklaard.  De columnist had moeten weten dat het beledigend was.

 

Een andere mogelijkheid is een klacht voorleggen aan de Raad voor Journalistiek. Dit kan alleen als de desbetreffende persoon belanghebbende is.  De persoon moet direct betrokken zijn bij de column en er moet een persoonlijk belang  in het geding zijn. Hoewel de uitspraken van de Raad geen bindende kracht hebben, geeft men toch een bepaald signaal af richting de columnist.

 

Desalniettemin valt het RADAR op dat sommige columnisten expres beledigende woorden gebruiken, om aan te geven hoe belachelijke een bepaalde mening is. Nico Dijkshoorn en Jan Dijkgraaf hebben hier een handje van. Door middel van overdrijving, proberen deze columnisten te hun mening te ventileren. Niet iedereen ziet hier echter de humor van in. Bovendien zijn deze columns onmogelijk om aan te pakken. De columnisten zeggen immers dat ze met de juiste intenties schrijven.

 

Het zal dus toch neerkomen op goed fatsoen van de columnist. Hij zal een goede balans moeten zien te vinden tussen prikkelend schrijven en het niet beledigen van groepen mensen. Daarnaast moet de columnist zich realiseren dat bepaalde mensen in de samenleving zich minder makkelijk kunnen verdedigen. Dus aan alle columnisten: denk na en let op dat je je doel niet voorbijschiet !

  • Zoeken

Naar boven