Rol overheid
Veel mensen die voorstander zijn van een boerkaverbod argumenteren dat het een overheidsplicht is om vrouwen te beschermen die gedwongen worden een boerka of niqaab te dragen en om gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen. Amnesty onderschrijft het belang van die plicht, maar meent dat het verbieden van boerka’s niet de juiste weg is. Vrouwen het recht onthouden om een gezichtssluier te dragen kan niet gerechtvaardigd worden ter bescherming van vrouwen die daar soms toe gedwongen worden.Bovendien meent Amnesty dat een boerkaverbod geen verbetering brengt in de situatie van vrouwen die gedwongen worden een boerka of niqaab te dragen. Voor deze vrouwen leidt een verbod waarschijnlijk tot verdere sociale uitsluiting – zij zullen zich noodgedwongen verder terugtrekken uit de maatschappij − terwijl de onderdrukking van hun rechten ‘binnenskamers’ voortduurt. De overheid moet vrouwen beschermen tegen alle dwang (bijvoorbeeld om een boerka te dragen) en geweld vanuit de familie, zo nodig middels het straf- of familierecht. Vrouwen die een gezichtssluier dragen moeten daarvoor niet worden bestraft.
Veiligheid
Sommigen bepleiten een boerkaverbod omwille van veiligheid. Er is echter geen verband aangetoond tussen gezichtssluiers en bedreiging van de openbare orde of veiligheid. Bovendien biedt de wet in Europese landen waar nu een boerkaverbod wordt voorgesteld al voldoende ruimte om te eisen dat iedereen zijn gezicht onbedekt laat op locaties of in situaties met een aantoonbaar veiligheidsrisico of bij identiteitscontroles.
Europese waarden en cultuur
Een ander veelgehoord argument, en een mogelijke verklaring voor de populariteit van het boerkaverbod, is dat gezichtssluiers vreemd zouden zijn aan de Europese waarden en cultuur. Internationale mensenrechtenverdragen zijn op dit punt helder: de afkeuring of het ongemak van enkelen, of zelfs de overgrote meerderheid, kan nooit een legitimatie vormen voor de inperking van het recht op vrijheid van meningsuiting of godsdienst van een ander. Wanneer de uitoefening van een mensenrecht door een minderheid ondergeschikt wordt gemaakt aan de mening van de overgrote meerderheid, houdt dat recht op te bestaan. Een recht wordt zo een privilege, waarvan uitoefening afhankelijk is van de goedkeuring of welwillendheid van de meerderheid. De gretigheid waarmee in verschillende Europese landen een boerkaverbod wordt bepleit, is wellicht een aanwijzing voor een gewijzigde houding ten aanzien van mensenrechten. Amnesty volgt de discussie over invoering van een boerkaverbod daarom nauwlettend.